Reisblog – Met een rugzak door Albanië (2017)

Bijna drie weken trok ik samen met Abel Aberzen door Albanië, een land dat nog nauwelijks is ontdekt door Westerse toeristen en dat vanuit Nederland binnen ca. 2,5 uur vliegen te bereiken is. In Albanië hadden we geen auto tot onze beschikking, maar juist die beperking van bewegingsvrijheid leverde een aantal bijzondere ervaringen op.


Tisa Pescar AlbaniëOnze planning

De reisroute die we vooraf hadden vastgesteld zag er als volgt uit:

  • Vliegen vanuit Weese (Duitsland) naar Korfu (Griekenland)
  • Met de veerboot van Korfu naar Sarande (Abanië)
  • Vanuit Sarande 3 dagtochten naar Ksamil (kuststad), Butrint (opgraving) en Syri i Kalter (bron)
  • Met de bus Gjirokaster (Unesco wereld erfgoed)
  • Met de bus naar Vlore
  • Met de bus naar Berat (Unesco wereld erfgoed)
  • Met de bus naar Pogradec (Ohrid meer).
  • Met de bus naar Tirana
  • Vanuit Tirana terugvliegen naar Nederland (Schiphol)

Dag 1 – Korfu

Omdat Sarande geen luchthaven heeft vliegen we om 17.00 uur van Weese naar Korfu. Het tijdsverschil met Nederland is 1 uur. We komen dus niet om 19.30 uur aan, maar om 20.30 uur. Zoals verwacht wemelt het op Korfu van de toeristen. Het dorp waar we overnachten bestaat grotendeels uit souvenirwinkels, hotels en kroegen en overal horen we mensen Nederlands, Engels en Duits spreken. Hoe eerder we hier weg kunnen, hoe liever het ons is.

Dag 2 – Sarande en Ksamil

Veerboot Korfu-Sarande

De veerboot van Korfu naar Sarande

Sarande is vanuit Korfu in ongeveer 1,5 uur te bereiken met een veerboot. Ruim op tijd gaan we met de bus naar het centrum van Korfu stad. Daarna lopend verder naar de haven. Hier blijkt het bijzonder eenvoudig te zijn om een ticket voor de veerboot van 14.00 uur te kopen, want er zijn tal van boekingskantoren. De boottocht kost €20,00 per persoon, in totaal €16,00 minder dan we verwacht hadden, een meevaller dus.

Na aankomst in Sarande gaan we op zoek naar een geldautomaat. We hadden op reisblogs gelezen dat pinnen in Albanië een probleem is, omdat veel automaten leeg of buiten werking zijn. De eerste twee automaten die we tegenkomen doen het inderdaad niet. Stom toeval, want later ontdekken we dat de informatie over het gebrekkig functioneren van Albanese geldautomaten achterhaald is. Pinnen in de (grotere) dorpen en steden is geen enkel probleem. Je kunt in sommige steden ook op straat euro’s wisselen. In de meeste hotels kun je met Euro’s betalen.

1 uur tijdsverschil… of toch niet?

Omdat het erg warm is, zo’n 33 graden, besluiten we een biertje te gaan drinken op een terras. Tot onze verbazing zien we op de tv die daar hangt dat het niet 16.00 uur is, zoals wij dachten, maar 15.00 uur. Het tijdsverschil op Korfu geldt niet voor Albanië. Dat is weer even omschakelen, maar het komt ook goed uit. Door het onverwachte bonusuur hebben we meer tijd om naar een hotel te zoeken.


Prijzen | Albanië is vergeleken bij Nederland erg goedkoop. Op een terras betaal je 200 lek voor een halve liter bier. Dat is omgerekend ongeveer €1,50. Koffie en thee zijn nog goedkoper. Met twee personen uit eten incl. een drankje kost in totaal gemiddeld €10,00. Ook het reizen met het O.V. is goedkoop. Voor een busrit van een paar kilometer binnen de stad betaal je €0,40. Ga je met de trein dan reis je 100 km. voor €1,25. Met een minibus is de prijs afhankelijk van de afstand, maar altijd laag.


Albanië bepaalt, niet jij

Tijdens het drinken van ons bier besluiten we niet in het hectische Sarande te blijven, maar door te reizen naar Ksamil, een kleinere badplaats die op ons dagtochtenlijstje staat. We vinden de bushalte naar Ksamil al snel, maar hoe laat de bus komt is onduidelijk. Info is niet te vinden. Terwijl we in de brandende zon staan te wachten, bekijken we de rotondeachtige splitsing van wegen, waar auto’s op onnavolgbare wijze overheen rijden. Mensen te voet steken met ware doodsverachting over en hetzelfde geldt voor zwerfhonden. De grote hoeveelheid Mercedessen valt op, daarover later meer.

Na een minuut of tien stopt midden op de rotonde een grote donkerblauwe Mercedes, die de verkeersstroom deels blokkeert. Er stapt een gezette Albanees uit die zich voorstelt als taxichauffeur Stefan. Of wij met hem mee willen rijden, want hij is op weg naar Ksamil en heeft daar een mooi appartement te huur voor €25,00 per nacht. Als we het appartement komen bekijken, krijgen we korting op de ritprijs. Eigenlijk willen we met de bus reizen en slapen in een hotel, maar Stefan komt zo enthousiast en overtuigend over, dat we bij hem instappen.

Stefan spreekt nauwelijks Engels. De enige woorden die hij kent zijn: ‘no problem’. Met handen en voeten komen we echter ver genoeg om elkaar ongeveer te begrijpen. We gaan eerst naar het appartement kijken en daarna beslissen we of we het huren.
‘No problem’, zegt Stefan en we gaan op weg.

Het appartement is eenvoudig en ziet er nieuw uit. Het is onderdeel van Stefans eigen huis en heeft een kleine woonkamer annex keuken met een slaapbank, een slaapkamer met een tweepersoonsbed, een douche met toilet en een eigen balkon. We besluiten te blijven en maken kennis met Stefans vrouw Lindita en zijn tienjarige dochter Angela die goed Engels spreekt, veel beter dan alle andere Albanezen die wij later tegenkomen. Stefan en Lindita hebben nog een dochter die in Engeland woont en twee maanden geleden bevallen is van een dochter. Zij staat haar ouders zo nu en dan bij als tolk via Skype. Lindita biedt ons Turkse koffie aan en Stefan plukt vijgen en druiven uit de tuin. Abel wordt bovendien voorzien van een glas rakia, gebrouwen van hun eigen druiven. Een warmer welkom in Albanië hadden we ons niet kunnen voorstellen.

Ksamil centrum

Ksamil Albanië

De kustlijn en boulevard van Ksamil

’s Avonds lopen we naar beneden om te gaan eten in het stadscentrum. Veel huizen in Albanië zijn maar half af gebouwd. Het is duidelijk te zien dat het de bedoeling is er een tweede verdieping op te zetten.

Ksamil telt niet veel restaurants. We strijken neer bij een pizzeria met uitzicht op de zee. Het valt op dat de smartphoneverslaving ook in Albanië heeft toegeslagen. Er zit een vijfkoppig gezin dat onderling nauwelijks contact heeft. Ze turen allemaal zwijgend naar hun smartphone, zelfs tijdens het eten. Ook aan een andere tafel zijn de vier smartphones van het gezelschap er de oorzaak van dat iedereen op zijn of haar eigen eiland zit.

Na het eten maken we een wandeling over de boulevard, het toppunt van vergane glorie. Meer dan de helft van de Romeins aandoende lantaarns ligt in stukken op de grond, muurtjes langs de boulevard zijn afgebrokkeld en er zitten gaten in het asfalt. Het strand is smal en wordt geheel bezet door parasollen en ligstoelen. Bij elke strandtent wordt snoeiharde muziek gedraaid. Waar je ook staat, je hoort minstens drie disconummers door elkaar.

Dag 3 – Butrint

’s Morgens maken we een wandeling naar Butrint, waar zich een oude opgraving bevindt. Stefan is hoogst verbaasd dat we dat hele eind willen gaan lopen. In Albanië lijkt het de gewoonte dat je je verplaatst met de auto. Wij leggen uit dat we juist graag wandelen en gaan gewapend met voldoende drinkwater op weg. Onderweg krijgen we minstens twee maal een lift aangeboden, die we beleefd afslaan en we ontdekken dat de Albanezen over het algemeen heel rustig rijden, ook als de wegen goed zijn en uitnodigen tot snel rijden. Na een uur lopen langs de ‘snelweg’, die vergelijkbaar is met tweebaanswegen in Nederland, komen we aan in Butrint.

De opgraving in Butrint is druk. Er worden busladingen toeristen uitgeladen, terwijl het hoogseizoen al voorbij is. Nederlanders komen we overigens niet tegen. Wel wat Duitsers en Italianen. Na een paar uur rond dwalen bij de opgravingen willen we terug naar ons appartement. Niet lopend, maar met de bus want het is inmiddels zo warm dat het maken van een wandeling niet zo fijn meer is. Terwijl we bij de bushalte staan te wachten, blijkt wederom dat Albanië snel korte metten maakt met je plannen. Met een perfect gevoel voor timing komt Stefan aanrijden. Hij dirigeert ons linea recta zijn taxi in. De meter zet hij niet aan. Hij wijst van hem naar ons en zegt: “Familia”. Bij aankomst in Ksamil wil hij eigenlijk geen geld hebben voor de rit, maar na enig aandringen neemt hij het gelukkig toch aan. Later horen we van zijn dochter dat hij in de zomer 3 maanden ca. 20 uur per etmaal als taxichauffeur werkt. De rest van het jaar verdient hij het gezinsinkomen als steenhouwer en bouwvakker.

Ksamil Albanië

Een huis dat klaar is voor een tweede verdieping (Ksamil)

Bij terugkomst in Ksamil serveert Lindita Turkse koffie, saliethee en rakia. Ook staan er weer vijgen en druiven op tafel. Lindita vertelt dat ze elke dag een glaasje rakia drinkt omdat het goed is voor je hart. Volgens Stefan zijn vijgen goed voor je maag. Wij hebben dropjes meegenomen vanuit Nederland en een ‘Tony’s Chocolonely’ chocoladereep met framboos. Dat kennen ze niet in Albanië. We geven het snoepgoed aan onze gastheer- en vrouwen. Vooral bij Lindita valt de drop erg in de smaak. Angela heeft liever de chocola. Stefan gaat weer aan het werk  en Lindita nodigt ons uit voor het avondeten, dat in Albanië tussen 21.00 en 22.00 uur plaatsvindt.

Die avond wordt er heerlijk gekruide vis gebakken op de barbecue. Daarnaast zijn er groenten uit eigen tuin en olijfolie, gemaakt van hun eigen olijven. Wij hebben wijn en bier meegenomen voor bij het eten. Van Abel wordt verwacht dat hij flink door drinkt. Hij krijgt daardoor iets meer bier te verwerken dan hij gewend is. Stefan en Lindita zijn verbaasd dat wij geen foto’s van kinderen en/of kleinkinderen bij ons hebben. Op de tablet van Angela kunnen we echter toch wat foto’s laten zien.

Tijdens het eten komt de 17-jarige zoon van Lindita en Stefan ook nog even langs. Hij spreekt redelijk Engels en het is leuk om met hem te praten. Hij vertelt dat de mensen in het Noorden van Albanië een ander soort Albanees spreken en dat die taal zo afwijkt van de taal die in het Zuiden gesproken wordt, dat hij het niet kan verstaan. Ook zijn de Noorderlingen volgens hem stugger dan de mensen in het zuiden.


Onze eerste indruk van Albanië is dat de mensen erg vriendelijk, behulpzaam en gastvrij zijn. Je krijgt regelmatig een lift aangeboden of hulp bij het vinden van de weg, zelfs als je daar niet om vraagt.


Dag 4 – Gjirokaster

Gjirokaster Albanië

Het oude centrum van Gjirokaster

Vroeg in de ochtend nemen we afscheid van Stefan, Lindita en Angela en rijden we met de bus terug naar het centrum van Sarande, waar we in een minibus stappen met bestemming Gjirokaster. De rit duurt vanaf Sarande ongeveer anderhalf uur en de wegen zijn redelijk tot goed. We vinden al snel een hotel in het nieuwe stadscentrum.

Na een siësta lijkt het ons leuk om naar boven te lopen, waar het oude deel van de stad zich bevindt. Het oude centrum van Gjirokaster bestaat uit witte huizen met grijze daken en er zijn veel souvenirwinkeltjes. Op de heuvel boven het centrum staat een groot kasteel. Dat willen we de volgende dag gaan bekijken. Er schijnt een Amerikaans vliegtuig te liggen, dat in 1957 is neergeschoten.

Vlakbij de moskee stuiten we op een leuk terras met rode parasollen. De ober is een vrolijke jongeman die redelijk Engels spreekt. We drinken een biertje en bestellen traditionele Albanese gerechten. En dat bevalt goed! Vooral de gegrilde groenten en gevulde aubergines zijn erg lekker. Tegen ons oorspronkelijke plan in besluiten we meteen maar omhoog te lopen naar het kasteel. Binnen de muren treffen we een grote verzameling kanonnen uit de tweede wereldoorlog aan, o.a. Duits en Italiaans. Ook staat er een kleine Italiaanse tank van het merk Fiat. Het Amerikaanse vliegtuig ontdekken we buiten. Het ligt er gehavend, maar herkenbaar bij. Vanaf de kasteelmuur is het uitzicht adembenemend. Je kijkt uit over het oude en nieuwe deel van de stad. Aan de overkant van de vallei rijzen bergen op waarvan de toppen 2000 meter hoog zijn. Wanneer we naar de uitgang van het kasteel lopen schemert het al en vliegen vleermuizen door de kasteelgangen. Een fraai gezicht.

Dag 5 – Gjirokaster

We brengen een tweede bezoek aan het oude centrum en eten een traditionele Albanese lunch op het terras waar we de dag ervoor ook geweest zijn. Ondertussen bespreken we ons voorgenomen reisprogramma, dat nu al overhoop ligt. Eigenlijk staan Syri i Kalter en Berat als volgende plaatsen op ons lijstje, maar we zijn beiden niet zo happig op een nieuwe tourist trap, zoals Butrint. We besluiten ons schema drastisch om te gooien.

Met de kaart van Albanië op tafel zien we een plaatsje dat Permet heet. Zou dat een optie zijn? Op onze vraag aan de ober of het een ‘stupid idea’ is om naar Permet te gaan, antwoordt hij: ‘Yes, that’s a very stupid idea.’ Volgens hem is er in Permet niets te beleven.

Oké, dan maar door naar Korca, helemaal in het Oosten van Albanië. De ober belt voor ons naar het busstation om te checken hoe laat er een bus naar Korca vertrekt. Er is 1 bus beschikbaar en die gaat de volgende dag om 7.00 uur.

Dag 6 – Korca

Albanië

Domino spelen in het park

We gaan op weg naar Korca. Behalve wij, zitten er alleen Albanezen in de bus. De chauffeur steekt een sigaret op en draait het volume van de radio omhoog. Door het grote aantal markante persoonlijkheden in de bus, in combinatie met de traditionele muziek die de chauffeur heeft opgezet, doet ons vertrek denken aan het intro van een Tarantinofilm.

Het wordt de meest barre busrit van onze vakantie. Sommige wegen zijn bijzonder slecht en de rit duurt in totaal 5 uur. Toch is het ook erg leuk! De chauffeur, een kettingroker van de bovenste plank, kent de wegen duidelijk heel goed. Een geruststelling. Wel gaat hij met de radio zitten klooien terwijl hij recht op een afgrond afrijdt en neemt hij haarspeldbochten met één hand aan het stuur en zijn telefoon aan het oor. Maar ach, wat is het leven zonder risico?

Onderweg is het landschap divers en mooi: van droge kaalheid tot uitgestrekte dennenbossen en bergen. We passeren Permet, waar inderdaad weinig te doen lijkt. In de buurt van Syri i Kalter rijden we langs een riviertje met prachtig blauwgroen water. Ook passeren we de Sotira Farm, waar met biologische producten gewerkt wordt en waar je kunt overnachten. In de berm lopen alle kinderboerderijdieren rond die je maar kunt bedenken: varkens, koeien, geiten, schapen, ezels, enzovoorts. Ook zien we dat er hard wordt gewerkt aan het aanleggen van nieuwe wegen. Halverwege de rit is er een tussenstop van een halfuur in Leskovic. Om 12.30 komen we aan in Korca. In Korca is het buiten het centrum even zoeken naar een hotel . De hotelbazin biedt aan Abels T-shirt te strijken. Onderliggende boodschap: zoals jij erbij loopt, dat kan echt niet.

Dag 7 – Flaneren en koude cappuccino

Fredo Cappuccino Albanië

Koude cappuccino

Wat ons opvalt is dat er, in tegenstelling tot veel andere Oost Europese landen, in Albanië niet op straat wordt gedronken. Je ziet nooit iemand met een bierflesje in zijn hand lopen. Wel wordt er veel gerookt. We drinken een heerlijke koude cappuccino op een terras en eten pizza, want behalve giros en pizza is er weinig variatie te vinden.

In Korca wordt ons vermoeden bevestigd dat de Albanezen het flaneren tot een kunst verheven hebben. Tussen 20.00 en 22.00 uur lijkt de hele stad, van jong tot oud, zich op de boulevard te verzamelen, om vervolgens slenterend heen en weer te lopen. Er zijn naar verhouding weinig moslimvrouwen die een hoofddoek dragen. De meeste vrouwen zien er wat kleding betreft Westers uit. Onder de mannen heeft de hipsterlook ook hier toegeslagen. Oude vrouwen dragen vaak een zwarte jurk. Om 23.00 uur is bijna elke kroeg gesloten en valt er in de stad niets meer te beleven. Een uitgaansleven lijkt niet te bestaan.


Openbaar vervoer | De manier waarop we reizen, uitsluitend met het openbaar vervoer, bevalt ons goed, maar het vergt wel geduld en flexibiliteit. Bijna niets gaat zoals je verwacht en je kunt het best mee bewegen met de stroom. Bij lange ritten gaat de bus meestal alleen ’s morgens vroeg.


Dag 8 – Pogradec

Vertrek naar Pogradec. Vanuit Korca kun je met de bus heel gemakkelijk in Pogradec komen, dat aan de oevers van het meer van Ohrid ligt. Vanaf 6.00 uur in de ochtend vertrekt er elk uur een minibus. Wij nemen de bus van 9.00 uur.

In Progradec is het voelbaar koeler dan in het westen van Albanië. Niet in de laatste plaats omdat de stad aan het meer ligt. Aan de overkant zien we Macedonië liggen. We vinden zowaar een touristeninfo, die bemand wordt door een vrij jonge vrouw die nauwelijks Engels spreekt. Wij geven aan dat we een hotel zoeken voor ca. €20,00 per nacht.
‘Hostel?’ vraagt ze met een schuine blik op onze rugzakken.
‘Nee, hotel.’
‘Hostel.’
‘HOTEL!’
Ze knikt begrijpend en duidt aan welke kant we op moeten. Helaas komen we geen hotels tegen op de route die ze aangegeven heeft. Wel een hostel. Oké, Albanië heeft het weer eens voor het zeggen. We zijn het sjouwen zat en hebben het bloedwarm. We gaan slapen in het hostel. Later, wanneer we langs het meer wandelen, ontdekken we een heleboel hotels.

Fietsen en Mercedessen

Mercedessen in Albanië

Mercedes Benz

In Pogradec zien we redelijk veel mensen fietsen, meestal mannen. Het zadel van bijna alle fietsen staat veel te laag, wat een grappig gezicht is en onbeheerde fietsen staan niet op slot. Aan het strand is een paviljoen waar oude mannen domino spelen. Tijdens het drinken van een biertje op de boulevard, doen we onze eerste Mercedestelling. We concluderen dat ongeveer 30% van de auto’s die voorbij rijden van het merk Merdedes Benz is. Geen oude modellen, maar veel glimmende nieuwe auto’s.


Mercedes Benz | De reden waarom er in Albanië zo veel Mercedessen rondrijden, schijnt te zijn dat de Mercedes als een zeer betrouwbare auto gezien wordt. Tijdens de heerschappij van Hoxha mochten de mensen geen eigen auto bezitten. Na de val van het communisme in Albanië waren er veel gezinnen die samen een Mercedes deelden en deze auto is in Albanië populair bleven.


Dag 9 – Progradec

We strijken neer op een terras en bekijken ons reisschema maar weer eens, al heeft plannen duidelijk weinig zin. Morgen willen we afreizen naar Elbasan. Indien mogelijk nemen we daar de trein naar Durres. De plaats waarvan we gezworen hadden dat we er niet naartoe te zouden gaan, omdat het een soort Albanese Costa del Sol zou zijn. Als we ergens een hekel aan hebben…

De sfeer in het hostel wordt voortdurend gedomineerd door een stel luidruchtige tienerjongens, die geen hostelgasten zijn. Het hostel is daardoor geen fijne plek om te vertoeven. Wij gaan de stad in voor wat ‘urban exploring’. Oude gebouwen lijken namelijk niet te worden afgebroken. Ze breken zichzelf af.


Voetbal wordt in Albanië erg belangrijk gevonden. Er zijn overal wedkantoren, waar soms tien tv’s tegelijk voetbal vertonen. Er zitten alleen mannen, die koffie, bier of rakia drinken. Kaartverkopers in de bussen noemen lachend de namen Koeman, v/d Sar, Gullit en Van Basten, als ze ontdekken dat we uit Nederland komen.


Dag 10 – Elbasan en Durres

Terwijl we met onze rugzakken op weg zijn naar de verzamelplaats voor minibussen, worden we staande gehouden door een Albanees die een volkswagenbusje bestuurt. Hij gaat naar Elbasan. Of we willen meerijden? Da’s mooi, denken we, het scheelt een stuk lopen en wachten. We stappen in. De andere passagiers zijn een stel twintigers, jongens en meiden. Al snel krijgen we spijt van onze snelle beslissing. De uitlaatgassen van het busje worden zonder omweg de bus in geblazen en de stank is niet te harden. We zijn dan ook erg blij als we Elbasan bereiken en de bus kunnen verlaten.

Elbasan vinden wij niet zo’n leuke stad. De trein rijdt helaas niet, dus gaan we op zoek naar een bus naar Durres. Onderweg zien we een MacDonalds. Oké, niet de echte, maar het is wel een snackbar.

Durres Albanië

Het strand en de hotelzone van Durres

We stuitten op een minibus naar Durres die vrijwel meteen vertrekt. Halverwege zet de chauffeur ons uit de bus. Dit is zijn eindpunt, we moeten overstappen op de eerstvolgende bus naar Durres. Hoe laat die bus komt is ons een raadsel en er is geen bushalte te zien. We vatten post aan de kant van de weg. Binnen een kwartier stopt er een grotere bus, die inderdaad naar Durres gaat. Bushaltes zijn dus niet altijd als zodanig herkenbaar. Sowieso kun je in- en uitstappen wanneer en waar je maar wilt. Buschauffeurs zijn constant alert op klanten.

Het deel van Durres waar de bus stopt, maakt onze vrees volledig waar. Alle gebouwen die bij het smalle strand staan zijn hotels. Het zijn fantasieloze vierkante flatgebouwen in diverse kleuren die ons doen denken aan het spel ‘Tetris’. Op het zandstrand staan zo veel parasollen met ligbedden dat ze niet te tellen zijn. Het hotel waar we binnenstappen kost maar €15,00 per nacht.

We nemen de stadsbus naar het centrum. Daar merk je meteen niets meer van de Costa del Soluitstraling. Oude en nieuwe gebouwen wisselen elkaar af en midden in de stad is een oude opgraving van een markt. We vinden een bar die verse groenten- en vruchtensappen serveert. Dat is een welkome afwisseling op bier en koffie. Er hangen kooien met kleine zangvogels erin. Dat zie je vaker bij restaurants en kroegen. In Durres is een Aldi, ook niet de echte :).

Dag 11 – Durres

Valkuilen Albanië

Put zonder deksel, ca. 80 cm diep

In het hotel kunnen we de was laten doen. Op onze vraag wat het kost, blijkt dat het gratis is. We leveren onze vuile kleding in en gaan de stad maar weer in. Buiten het centrum is een overdekte groenten- en fruitmarkt. Ook in Durres zien we talloze wedkantoren met voetbalschermen. Het is leuk om de steden buiten de stadscentra te verkennen. Dan zie je pas echt hoe het Albanese leven eruitziet. Wijken hebben veel achterstallig onderhoud en als iemand is overleden wordt dit aangeplakt op muren en lantaarnpalen.

’s Avonds maken we een wandeling over het strand, waar de bedden leeg zijn. De meeste toeristen komen uit Oost Europa en het is duidelijk dat het seizoen ten einde is, want er worden al veel bedden en parasollen opgeruimd. Een tweede Mercedestelling wijst uit dat ook hier 30% van de auto’s Mercedes is. VW is een goede tweede. De bakker in Durres is 24 uur per dag open.


Valkuilen | Op veel plaatsen in Albanië is het opletten geblazen waar je loopt. De rioolputten op het trottoir hebben bijna nooit een deksel (behalve in Tirana). Je kunt er gemakkelijk in stappen en een been breken.


Dag 12 – Durres

We gaan naar het centrum om uit te zoeken of er een trein rijdt naar Shkoder. Bij het station in het centrum staat een bord, waarop vermeld is dat er inderdaad een trein gaat, namelijk om 13.00 uur. Het station is gesloten. Niemand lijkt info te kunnen verstrekken over de trein. Nadat we onze schone was hebben opgehaald pakken we onze rugzakken in. De volgende dag willen we een poging wagen de trein te nemen.

Dag 13 –  Shkoder

Trein van Durres naar Shkoder Albanië

De trein naar Shkoder

Om 12.30 staan we bij het station, waarvan de deuren nu wel open zijn. In het loket zit een vrouw bij wie we een kaartje voor de trein van 13.00 uur kopen. Daarna gaan we het perron op.

De trein is er een die in Nederland in geen geval meer zou mogen rijden. Overal roest en ruiten vol sterren. Een aftandse diesellocomotief moet de trein trekken. We stappen in en krijgen al snel gezelschap van enkele Albanezen, onder wie een moeder met twee kinderen van een jaar of 8.

Om 13.00 uur klinkt een harde toeter en zet de trein zich in beweging. We hebben een reis van 100 km voor de boeg, die 4 uur zal duren, want de trein gaat maar 25 km. per uur. De prijs van de reis is 160 lek per persoon. Dat is omgerekend ongeveer €1,25.

In de trein knopen de Albanese reizigers gesprekken met elkaar aan. De kinderen hangen staand op de tafeltjes uit het raam, onder toeziend oog van hun moeder. Als iemand iets gegeten of gedronken heeft, wordt de lege verpakking achteloos uit het raam gegooid.


Zwerfvuil | In Albanie ligt enorm veel zwerfvuil, zowel in de steden als erbuiten. Alleen in Tirana kwamen we minder troep tegen. Er zijn in de meeste steden wel vuilcontainers, maar die zijn in slechte staat en worden vaak niet op tijd geleegd. Een goed georganiseerd afvalsysteem lijkt te ontbreken.


Het leuke van reizen met de trein is dat je het land vanuit een heel ander perspectief te zien krijgt, want je komt op plaatsen waar geen auto’s rijden. Onderweg passeren we veel tunnels. Voor elke spoorwegovergang toetert de machinist en als er een slagboom is, wordt die handmatig bediend. Verder naar het Noorden stappen mensen in die traditionele kleding dragen. We arriveren om 17.00 in Shkoder. De eerste indruk is dat het een leuke stad is, open en groen. We vinden een hotel in het centrum, dat eigenlijk iets te luxe is naar onze smaak.

Dag 14 – Shkoder

We verkassen naar een eenvoudiger hotel. We hebben een kamer met een klein balkon op de bovenste verdieping. Het regent een beetje, maar dat vinden we niet zo erg na de hitte van de afgelopen dagen.

Paard Shkoder Albanië

Het bevrijde paard en een rat

Tijdens een wandeling zien we twee paarden staan. Een van de dieren is broodmager en de andere ligt op de grond en zit met zijn achterhoef verstrikt in het touw waarmee hij vast staat. Aan de rand van het veldje lopen ratten rond. We proberen te achterhalen wie de eigenaar van het paard is, maar de barman van het hotel naast het veld reageert onverschillig als wij vertellen hoe het paard erbij ligt.

We besluiten het heft in eigen hand te nemen. Het is beter om gebeten of geschopt te worden, dan het paard zo te laten liggen. Bij het veld aangekomen staat het paard weer overeind. Op drie benen, want zijn hoef zit nog steeds vast in het touw. We lopen op hem af en ontdekken dat het touw twee maal om zijn achterbeen is gewikkeld. We bevrijden hem, waarna het paard duidelijk opgelucht is en ons dankbaar nakijkt.

We gaan naar de rivier waar een restaurant zit dat heerlijke penne arabiato en penne met pesto serveert. Daarna lopen we door een buitenwijk terug naar het hotel. Onderweg worden we aangesproken door twee jongens die denken dat we verdwaald zijn. Dat is niet zo. We bedanken hen voor de aangeboden hulp en vervolgen onze weg.

Die nacht gilt een amoureus stel het hele hotel bij elkaar.

Dag 15 – Shkoder

Zerfhonden Shkoder Albanië

Jonge zwerfhondjes

Tijdens het ontbijt bekijken de diverse koppels elkaar heimelijk. ‘Wie zou het geweest zijn vannacht?”

We willen de volgende dag naar Tirana, maar het lukt ons niet om te ontdekken hoe laat de trein gaat. Het station is permanent gesloten. Op het veldje naast het station scharrelen vijf zwerfpuppy’s rond. Zo lief, dat we ze wel hadden willen meenemen.

We beklimmen de heuvel naar het kasteel. Binnen de kasteelmuren bevinden zich putten van ca 30 meter diep, waar je zo in kunt vallen, want er ligt geen rooster overheen. We eten een traditioneel gebakje: trilece. Het is gemaakt van cake, drie soorten melk en karamelsaus. Heel zoet, maar wel lekker.

Dag 16 – 20 Tirana

Omdat de trein naar Tirana geen optie is, nemen we de bus. Het is een rit van 2 uur. Tirana is veel groter en drukker dan de andere steden waar we geweest zijn, maar ook schoner. In de stad rijden bussen rond waar ‘Sorry, geen dienst’ op staat. We nemen onze intrek in een hotel dat we de dag erna snel ontvluchten. De douche is te smerig voor woorden, de kitvoegen zijn zwart in plaats van het oorspronkelijke wit. De airco is vergaan en het bed heeft iets weg van de Bermudadriehoek. In het midden van de matras bevindt zich een krater waarin we voorgoed dreigen te verdwijnen. Daar komen we helaas pas achter wanneer we die avond laat naar bed gaan.

Kapotte airco Albanië

Airco

Na een bizar slechte nacht, dankzij de matras, worden we brak wakker. We gaan na het ontbijt direct op zoek naar een ander hotel. Om de hoek van de tippelzone vinden we een leuk hotel met uitzicht op het Skanderbeuplein, in het centrum van Tirana. Op het plein is een bierfeest aan de gang. Er is elke avond een dj en/of live muziek. De ene keer beter dan de andere keer. Het hoogtepunt is een zangeres die zo vals zingt dat je tenen er spontaan krom van gaan staan.

We wandelen door een groot park, dat aan het begin van de boulevard is gelegen en grenst aan de oevers van een kunstmatig aangelegd meer.

Bunkart 1 en House of leaves

Op aanraden van de eerste toeristeninfo die bruikbare info weet te geven, gaan we met de bus naar Bunkart 1. Dit is een museum dat zich in een schuilkelder bevindt. De kelder heeft meer dan 100 vertrekken en is aangelegd door Hoxha om te kunnen schuilen ten tijde van een kernaanval. In het centrum van Tirana is nog een kelder: Bunkart 2, maar volgens de touristeninfo is die schuilkelder kleiner en minder interessant.

Museum Bunkart 1 Tirana Albanië

Een van de gangen in Bunkart 1 en een voorbeeld van meubels uit de communistische tijd.

Bunkart 1 is inderdaad heel interessant om te bekijken. De geschiedenis van het communisme in Albanië wordt uitgebreid getoond met teksten, foto’s, films en voorwerpen. Je kunt het meest luxe vertrek bekijken, dat was ingericht voor Hoxha zelf. Ook is er een kamer waar geen licht brandt, zodat het aardedonker is wanneer je de deur sluit. We lezen dat de gangen van het complex 18 soorten vleermuizen leven en dat Hoxha ca. 170.000 bunkers heeft laten bouwen in het land. Kortom, bunkart 1 is absoluut de moeite van het bezoeken waard.

We brengen een bezoek aan ‘House of leaves’. Dit is een voormalig ziekenhuis dat door de inlichtingendienst werd gebruikt als spionagehoofdkwartier. Er ligt veel spionageapparatuur en je kunt zien hoe een woonkamer er ten tijde van het communisme uitzag.


Meubels tussen 1945 en 1991 | In de tijd van Hoxha mochten de mensen maar 1 soort meubels bezitten. Alle meubelmakers waren in dienst van de staat en mochten alleen de voorgeschreven meubelstukken produceren. Daardoor zagen alle huiskamers er vanbinnen min of meer hetzelfde uit.


Bunker Albanië

Een van de ca. 170.000 bunkers in Albanië

In het museum zien we hoe de organisatiestructuur van de inlichtingendienst eruit zag. Niemand kon elkaar in die tijd vertrouwen, want er werden ook burgerspionnen ingezet en men was zeer inventief in het bedenken van manieren om mensen af te luisteren.

We brengen veel tijd door met slenteren door de stad. Het verkeer in Tirana is een georganiseerde chaos. Als het voetgangerslicht op groen staat, betekent dat niet dat er geen auto’s langsrijden. Je moet enorm opletten om niet van de sokken gereden te worden. Rotondes zijn hier groter en nog onoverzichtelijker dan in de kleine steden. Fietsers scheren rakelings langs auto’s en voetgangers begeven zich zigzaggend tussen bussen en auto’s door naar de overkant. Een Duiste toeriste op leeftijd, die we in Gjirokaster spraken en die samen met haar hond in een gehuurde auto door Albanië trok, zei: ‘I had my first accident on a roundabout in Tirana.’ Geen wonder, denken wij. Als je niet aan het verkeer hier gewend bent, is het een hele kunst om in deze stad rond te rijden zonder brokken te maken.

Onze aandacht wordt getrokken door een traditioneel restaurant in een steegje. Omdat traditioneel Albanees eten onze favoriet is besluiten we daar te gaan eten. De eigenaar komt naar buiten en vertelt dat ze nu nog gesloten zijn. We mogen wel alvast binnen kijken. Er zijn vrouwen bezig met het maken van hartige taart en gevulde aubergines. De man wijst op een haard vol gloeiende kolen en zegt dat de ‘beh’ (een schaap) daar gebraden wordt. Alles wordt gebruikt, van kop tot staart.

Dag 21 – Amsterdam

We nemen om 7.00 uur de bus naar het vliegveld. Voor we instappen leggen we een appel die wij over hebben neer bij de slaapplaats van een zwerver. Even later komt hij aanlopen en eet hij de appel op. Het is een halfuur rijden naar Tirana airport. Voor we het vliegtuig binnengaan warmen we ons nog even in de zon. Daarna vliegen we terug naar Nederland, waar het regenachtig is en 15 graden.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.